Iedere hond kan bijten. Niet alleen een “HR-hond”.
Toch lijkt de huidige discussie over bijtincidenten soms te suggereren dat vooral honden die als hoog-risicohond worden aangemerkt een gevaar vormen. Er is veel aandacht voor verplichte cursussen en strengere regels. Terecht, want bijtincidenten moeten we zoveel mogelijk voorkomen. Maar preventie begint niet alleen bij het aanwijzen van bepaalde honden.
Natuurlijk kan de beet van een grote hond of een hond die als HR wordt aangemerkt veel ernstiger lichamelijk letsel veroorzaken dan bijvoorbeeld een Chihuahua. Maar een beet van een kleine hond is daarom niet onschuldig. Zeker bij een jong kind kunnen de lichamelijke én psychische gevolgen groot zijn. Ook volwassenen kunnen angst of trauma overhouden aan een bijtincident.
En de gevolgen zijn niet alleen voor mensen groot. Voor een hond kan één incident al betekenen dat hij wordt afgestaan, aan ingrijpende maatregelen wordt onderworpen of zelfs wordt geëuthanaseerd.
Daarom moeten we veel meer inzetten op echte preventie: leren begrijpen wat honden ons vertellen.
Een hond die wegkijkt, zijn hoofd afwendt, spanning laat zien, bevriest of afstand probeert te nemen, geeft signalen van ongemak. Als we die signalen leren herkennen en respecteren, kunnen we veel situaties voorkomen voordat het misgaat.
Dat geldt voor kinderen én volwassenen.
Want schattig, klein en krullerig betekent niet: aaien maar. Een hond hoeft niet groot te zijn om grenzen te hebben en hoeft niet op een HR-lijst te staan om te kunnen bijten.
Als we bijtincidenten écht willen voorkomen, moeten we verder kijken dan ras, formaat en risicocategorieën. Leer de lichaamstaal van honden. Respecteer hun grenzen. Geef ze de ruimte om “nee” te zeggen.