Even belangrijk: dit is geen anti-Doodle verhaal!!
Laat ik eerlijk beginnen: wat ik hier schrijf zal niet door iedereen met open armen worden ontvangen. Er zijn zeker fokkers die het allerbeste voor hun honden voor ogen hebben. Maar helaas is er ook teveel commercieel gefokt, vaak in te grote aantallen en vooral inspelend op de vraag naar de nieuwste populaire kruisingen.
De afgelopen jaren zijn Doodle-kruisingen zoals o.a. Labradoodles, Goldendoodles, Cavapoos en Cockapoos enorm populair geworden. Ze worden vaak voorgesteld als dé ideale gezinshond: vriendelijk, makkelijk trainbaar en zelfs hypoallergeen. (Met een daaraan gekoppeld prijskaartje: tijdens Covid waren -doodles van € 5.000,- en meer geen uitzondering in mijn lessen).
Maar hoe eerlijk en realistisch is dat beeld eigenlijk?
Het plaatje van de ‘ideale gezinshond’ is niet eerlijk
Vaak zie je plaatjes en verhalen waarin een Doodle wordt neergezet als dé kindervriend bij uitstek. Maar de realiteit is veel genuanceerder. Er bestaat geen enkele hond die per definitie een kindervriend is. Of een hond goed om kan gaan met kinderen, hangt voor een groot deel af van de ervaringen en de socialisatie die hij met kinderen heeft gehad. De manier waarop een hond reageert op kinderen wordt dus niet vastgelegd door zijn ras of kruising, maar door hoe hij is opgevoed en welke ervaringen hij heeft.
Wat zegt de wetenschap?
Een recente studie van het Royal Veterinary College onderzocht duizenden honden op gedrag, zoals angst, agressie en trainbaarheid. De resultaten waren duidelijk: Doodle-kruisingen verschillen vaak aanzienlijk van hun originele rassen en vertonen soms zelfs meer ongewenst gedrag. Denk aan:
- Angst voor geluiden of prikkels
- Verlatingsproblemen
- Verhoogde opwinding en prikkelgevoeligheid
Dit beeld staat haaks op het populaire idee van de ‘makkelijke’ gezinshond.
De Poedel als basis
Alle Doodle-kruisingen bevatten Poedel in hun stamboom, en dat is niet zonder reden. Poedels zijn intelligent, leergierig en bekend om hun veelzijdigheid en trainbaarheid. Ze verharen praktisch niet en dat maakt ze aantrekkelijk voor mensen die een hond willen die weinig haar verliest. Het idee is dat je met een Doodle de intelligentie en het ‘goede gedrag’ van de Poedel combineert met de vriendelijke eigenschappen van een ander ras. In de praktijk is het resultaat echter minder voorspelbaar dan vaak wordt voorgespiegeld.
Geen uniforme groep
“De Doodle” bestaat niet als één homogene groep. Van Bernedoodles tot Labradoodles, Schnoodles, Spoodels en Cavapoos: het zijn allemaal verschillende kruisingen met uiteenlopende genetische achtergronden en gedragskenmerken. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat Cockapoos gevoeliger zijn voor bepaald probleemgedrag dan andere Doodle-varianten. Dit maakt duidelijk dat je niet zomaar algemene uitspraken kunt doen over ‘de Doodle’.
De rol van marketing en beeldvorming
Marketing en sociale media schilderen Doodles vaak af als ideaal voor gezinnen, makkelijk trainbaar en hypoallergeen. Dat laatste is overigens geen garantie: geen enkele hond is helemaal vrij van allergenen. Allergische reacties ontstaan door huidschilfers, speeksel en talg — die elke hond produceert, ongeacht ras of vacht.
Daarnaast wordt het verzorgingsaspect vaak onderschat. De krullende of golvende vacht van Doodles vereist dagelijks onderhoud om klitten te voorkomen en regelmatig bezoek aan een professionele trimmer. Wordt dit niet gedaan, dan kunnen er pijnlijke problemen ontstaan die direct invloed hebben op het welzijn van de hond.
De kloof tussen verwachting en werkelijkheid
Het probleem ontstaat wanneer mensen een hond kiezen op basis van het idyllische plaatje in plaats van realistische kennis over gedrag en verzorging. Dit leidt tot frustraties voor zowel eigenaar als hond.
Wat ik in de praktijk zie
Als gedragsdeskundige zie ik regelmatig eigenaren die bewust voor een Doodle kozen vanwege het ‘makkelijke gezinshond’-imago, maar die vervolgens vastlopen. Honden die:
- Angstig zijn in alledaagse situaties
- Moeite hebben met prikkels en overprikkeld raken
- Niet zo tolerant blijken naar kinderen als verwacht
Deze situaties zorgen vaak voor twijfel bij de eigenaar: “Doe ik het wel goed?”, “Waarom lukt trainen niet?”, “Ligt het aan mij?” Die twijfel wordt soms ook gericht op de begeleiding, terwijl het probleem vaak zit in de mismatch tussen verwachtingen en realiteit.
Geen anti-Doodle verhaal
Laat ik heel duidelijk zijn: dit is geen pleidooi tegen Doodle-kruisingen. Ik verwelkom alle -doodles en -avapoos met veel plezier in mijn lessen!
Er zijn fantastische Doodles, net zoals er geweldige rashonden en andere kruisingen zijn. Waar het om gaat is bewustwording. Een kruising combineert niet automatisch de beste eigenschappen van beide rassen. Gedrag is complex en wordt beïnvloed door veel meer dan ras alleen: opvoeding, socialisatie en omgeving zijn minstens zo belangrijk.
Waarom realistische verwachtingen zo cruciaal zijn
Een goede match tussen hond en eigenaar begint niet bij uiterlijk of populariteit, maar bij:
- Leefstijl
- Tijd en energie
- Kennis over hondengedrag
- Bereidheid tot begeleiding en training
Tot slot
Doodles zijn hier om te blijven, gelukkig maar! Maar het is tijd voor een eerlijker gesprek, minder gebaseerd op marketing en meer op realistische kennis en ervaring. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een hond die gelukkig is en een eigenaar die weet wat die hond nodig heeft.
En dat begint bij één simpele stap: kijken voorbij het plaatje.
Voor referenties naar de onderzoeken:
https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371%2Fjournal.pone.0342847
https://www.rvc.ac.uk/research/facilities-and-resources/animal-welfare-science-and-ethics/news/new-rvc-study-challenges-common-beliefs-on-desirable-behaviours-in-designer-doodle-crossbreeds